Members area – Sociaal veilige sportomgeving

Grensoverschrijdend gedrag staat bij steeds meer sportbonden én sportverenigingen hoog op de agenda, zo merkt de sportkoepel NOC*NSF. De Nederlandse Tafel Tennis Bond heeft in 2019 een reglement vastgesteld. Ook De Volewijckers streeft naar een sociaal veilige sportomgeving. Dit reglement is hier Reglement Seksuele Intimidatie- NTTB te downloaden. De regels die voor gewone leden gelden, zijn opgenomen in art. 3, lid 4.

De Volewijckers heeft een vertrouwenscontactpersoon (VCP). De taak van de VCP is vooral een procedureel adviserende rol. De activiteiten van een VCP zijn:

1.       eerste opvang/ aanspreekpunt
2.       doorverwijzen
3.       preventieactiviteiten

De functie van VCP wordt vervuld door Ine van Gisbergen.

Uitgave juni 2019

REGLEMENT SEKSUELE INTIMIDATIE NEDERLANDSE TAFELTENNISBOND

Artikel 1 – Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

Begeleider: degene die een sporter begeleidt en/of voor die begeleiding verantwoordelijk is (waaronder in ieder geval begrepen het trainen, coachen en/of verzorgen) op en rondom de plaats waar de sportbeoefening of de voorbereiding daarop plaatsvindt. Sportbeoefening omvat zowel de sportactiviteiten als alle activiteiten die een direct relatie met die sportbeoefening hebben.

Registratiesysteem seksuele intimidatie: het door NOC*NSF beheerde systeem waarin daarvoor in aanmerking komende uitspraken van de Tuchtcommissie of van de Commissie van Beroep dan wel van de strafrechter, die betrekking hebben op een vastgestelde overtreding ter zake van seksuele intimidatie in relatie tot sportbeoefening binnen het verband van de NTTB, worden opgenomen.

Registratiekamer van NOC*NSF: de kamer die bij NOC*NSF belast is met het beheer van het registratiesysteem seksuele intimidatie.

Artikel 2 – Seksuele intimidatie

  1. Seksuele intimidatie is elke vorm van ongewenst verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie (duiding) dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige of beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd. Onder seksuele intimidatie, zoals vermeld in dit lid, zijn mede begrepen de in de artikelen 239 tot en met 250 (Titel XIV: misdrijven tegen de zeden) van het Wetboek van strafrecht strafbaar gestelde feiten.
  2. De in lid 1 vermelde artikelen 239 t/m 250 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde feiten, zijn hierna verkort weergegeven:
    1. schennis van de eerbaarheid, zoals bedoeld in artikel 239 Wetboek van Strafrecht;
    2. het aanstotelijk doen zijn voor de eerbaarheid van een afbeelding of voorwerp, zoals bedoeld in artikel 240 Wetboek van Strafrecht;
    3. het verstrekken, aanbieden of vertonen van een afbeelding, voorwerp of gegevensdrager aan een minderjarige jonger dan zestien jaar, bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten, zoals bedoeld in artikel 240a Wetboek van Strafrecht;
    4. het verspreiden, openlijk tentoonstellen vervaardigen, invoeren, doorvoeren, uitvoeren of in bezit hebben van een afbeelding (of van een gegevensdrager bevattende een afbeelding) van een seksuele gedraging waarbij iemand, die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, zoals bedoeld in artikel 240b Wetboek van Strafrecht;
    5. verkrachting, zoals bedoeld in artikel 242 Wetboek van Strafrecht;
    6. het tegen de wil van een ander hebben van gemeenschap met een bewusteloze of geestelijk gestoorde, zoals bedoeld in artikel 243 Wetboek van Strafrecht;
    7. het hebben van gemeenschap met personen beneden de twaalf jaar, zoals bedoeld in artikel 244 Wetboek van Strafrecht;
  1. het hebben van gemeenschap met personen tussen de twaalf en zestien jaar, zoals bedoeld in artikel 245 Wetboek van Strafrecht;
  2. het door geweld of bedreiging feitelijk aanranden van iemand’s eerbaarheid, zoals bedoeld in artikel 246 Wetboek van Strafrecht;
  3. het hebben van ontucht met een bewusteloze, geestelijk gestoorde of met een minderjarige jonger dan zestien jaar, zoals bedoeld in artikel 247 Wetboek van Strafrecht;
  4. het uitlokken van minderjarigen tot achttien jaar tot ontucht door het doen van giften of beloften van geld of goederen, het misbruik maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of anderszins door misleiding, zoals bedoeld in artikel 248a Wetboek van Strafrecht;
  5. het ontucht plegen met een minderjarige, die de leeftijd van zestien jaar en nog niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, zoals bedoeld in artikel 248b Wetboek van Strafrecht;
  6. het opzettelijk aanwezig zijn bij het plegen van ontucht met minderjarigen jonger dan achttien jaar of bij het vertonen van afbeeldingen van dergelijke handelingen in een daarvoor bestemde gelegenheid, zoals bedoeld in artikel 248c Wetboek van Strafrecht;
  7. het ontucht plegen met zijn minderjarig kind, stiefkind of pleegkind, zijn pupil, een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige dan wel met zijn minderjarige bediende of ondergeschikte, zoals bedoeld artikel 249 Wetboek van Strafrecht;
  8. het bevorderen of opzettelijk teweegbrengen dat een derde ontucht pleegt met zijn minderjarig kind, stiefkind of pleegkind, zijn pupil, een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige dan wel met zijn minderjarige bediende of ondergeschikte zoals bedoeld artikel 250 Wetboek van Strafrecht.

Met betrekking tot elk vermeld artikel uit het Wetboek van Strafrecht geldt dat er sprake is van seksuele intimidatie wanneer voldaan is aan de criteria welke in de wettekst van de desbetreffende artikelen zijn vermeld.

  1. Seksuele intimidatie is een verboden gedraging. Dit verbod geldt voor een ieder onder de tuchtrechtspraak van de NTTB valt en/of die lid is van een andere sportbond. Voor leden die tevens begeleider bij dan wel werknemer van de NTTB of een andere sportbond of van een in de sportwereld werkzame rechtspersoon zijn, gelden naast de algemene regels met betrekking tot seksuele intimidatie tevens de in artikel 3 opgenomen gedragsregels.
  2. De in dit reglement bedoelde seksuele intimidatie heeft betrekking op seksuele intimidatie die heeft plaatsgevonden in relatie tot sportbeoefening binnen het verband van de NTTB. Van seksuele intimidatie is eveneens sprake wanneer degene die de seksuele intimidatie ondergaat ook buiten een sportaccommodatie ten opzichte van degene die de seksuele intimidatie toepast in een in de sport ontstane machtsrelatie verkeert en/of buiten het verband van de NTTB waarbij een risico bestaat voor de veiligheid van een of meer leden van de NTTB.

Artikel 3 – Gedragsregels seksuele intimidatie

1. De NTTB hanteert ten aanzien van seksuele intimidatie de in dit artikel vermelde gedragsregels. Overtreding van deze gedragsregels is een strafbare handeling in de zin van het Tuchtreglement en dit Tuchtreglement seksuele intimidatie.

2. Met betrekking tot de begeleiders in de sport gelden de volgende gedragsregels:

  1. De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig voelt te verkeren. In het kader van deze norm wordt als een overtreding beschouwd:
    1. het niet onmiddellijk stoppen (of doen laten stoppen) door feitelijke interventie van een klaarblijkelijke vorm van seksuele intimidatie waarvan de begeleider getuige van is of waarvan hij op de hoogte wordt gesteld;
    2. het participeren in vormen van seksuele intimidatie of aanmoedigen van anderen daartoe;
    3. het door de begeleider in woord of gedrag scheppen van een seksueel of erotisch geladen sfeer (door woord, gedrag, vertoning filmbeelden, aankleding omgeving) of aan het voortbestaan daarvan een bijdrage leveren;
    4. het door de begeleider op niet-functionele wijze bekijken van de sporter waarbij de aandacht is gericht op de geslachtskenmerken;
    5. het door de begeleider met seksueel gedrag ingaan op verliefde gevoelens, seksuele verlangens of fantasieën van een minderjarige sporter;
    6. het achterwege laten van hulp aan een slachtoffer of slachtoffers van een incident dat valt onder seksuele intimidatie;
    7. het niet of onvoldoende uitoefenen van begeleiderstaken rondom en tijdens een sportactiviteit waardoor gelegenheid ontstaat voor vormen van seksuele intimidatie, die met het juist uitvoeren van de begeleiderstaken hadden kunnen worden voorkomen;
  2. De begeleider onthoudt zich van elke vorm van machtsmisbruik of seksuele intimidatie tegenover de sporter.
  3. De begeleider onthoudt zich er van de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast en verder in het privéleven van de sporter door te dringen dan nodig is voor het gezamenlijk gestelde doel. De begeleider zal tijdens training(-stages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter in de ruimten waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer. In het kader van deze normen wordt als een overtreding beschouwd:
    1. het door de begeleider uitoefenen van dwang of op enigerlei wijze gebruik maken van het machtsverschil dat bestaat tussen hem en de sporter, met het kennelijke oogmerk de sporter tot seksuele handelingen te dwingen, daartoe te verleiden of over te halen, of die te dulden;
    2. het aangaan van een seksuele relatie met een minderjarige sporter met wie de begeleider op basis van kenmerken zoals leeftijdverschil, status, positie, sportrelatie (bijv. coach-sporter, fysiotherapeut-sporter) in een machtsongelijke relatie staat;
    3. het zich onnodig en/of zonder toestemming van de sporter bevinden in of het naar binnen kijken/gluren in ruimtes die door de sporter worden gebruikt als privé-ruimtes, zoals douches, kleedkamers, toiletten, hotelkamers, kampeertenten en soortgelijke ruimtes, waarin de sporter mag veronderstellen zich te kunnen gedragen als ware hij alleen en ongezien;
  1. het door de begeleider verrichten van sporttechnische fysieke handelingen m.b.t. de sporter die niet tot zijn bekwaamheid en taken behoren en/of op dat moment niet geboden zijn;
  2. het bij herhaling of op systematische wijze privé bij de begeleider alleen thuis of een andere afgezonderde plaats uitnodigen van een sporter, waarmee de begeleider een machtsongelijke relatie heeft, wanneer deze ontmoeting vanuit de begeleidingstaak niet nodig is en/of elders kan worden georganiseerd, zoals in een clubgebouw of een publieke gelegenheid;
  3. het door de begeleider op enigerlei wijze systematisch isoleren van een sporter van andere sporters en/of begeleiders of het systematisch realiseren van een één-op-één relatie tussen begeleider en sporter, zonder dat daar sporttechnische redenen voor zijn en/of zonder dat dit in overeenstemming is met kaderafspraken ter zake;
  1. Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen begeleider en sporter die de leeftijd van zestien jaren niet heeft bereikt, zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.
  2. De begeleider mag de sporter niet op een zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten. In het kader van deze norm wordt als een overtreding beschouwd:
    1. de sporter tegen diens wens naar zich toe trekken voor aanhalen, omarmen of kussen;
    2. zich tegen de sporter aandrukken;
    3. billen, borsten, of andere erogene zones aanraken onder het mom van functionele instructie;
    4. het negeren van wensen van de sporter om (ergens) niet te worden aangeraakt, ook al betreft dit een sporttechnisch juiste wijze van aanraken;
    5. het aanraken van de sporter of fysieke handelingen verrichten die niet binnen de taakstelling van de begeleider vallen;
  3. De begeleider onthoudt zich van (verbale) seksueel getinte intimiteiten. In het kader van deze norm wordt als een overtreding beschouwd:
    1. grove seksueel getinte opmerkingen, schuine moppen;
    2. grapjes of ontboezemingen over andermans seksleven;
    3. (dubbelzinnige) opmerkingen met verwijzing naar iemands seksuele leven of geaardheid;
    4. niet-functionele vragen over het seksleven van de sporter;
    5. ontboezemingen over eigen seksleven of seksuele verlangens.
  4. De begeleider heeft de plicht – voor zover in zijn vermogen ligt – de sporter te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te

werken opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen. In het kader van deze norm wordt als een overtreding beschouwd:

  1. het nalaten van het doen van melding bij het bevoegd gezag of indienen van een klacht bij de triagecommissie, van een incident of situatie waarvan de begeleider getuige is of kennis van heeft en waarvan hij redelijkerwijs had moeten weten dat het om seksuele intimidatie gaat en er niet van had kunnen uitgaan dat een ander dit zou doen;
  2. het ontmoedigen of beletten van anderen (zoals een sporter of andere begeleider) om melding te doen of een klacht in te dienen, zoals bedoeld onder lid 1 van 2.f.;
  3. het niet meewerken aan de tuchtprocedure die naar aanleiding van een aangifte m.b.t. seksuele intimidatie bij een commissie is en waartoe hij door die commissie is opgeroepen, dan wel aan het vooronderzoek dat die commissie laat verrichten voorafgaande aan de behandeling van de aangifte door de commissie.
  1. De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. In het kader van deze norm wordt als een overtreding beschouwd:
    1. de begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen aanbieden of geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen van erotische of seksuele aard;
    2. de begeleider accepteert geen erotische of seksuele tegenprestaties van de sporter als vergoeding voor het uitoefenen van de begeleiderstaak;
  2. De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels door iedereen die betrokken is bij de sporter worden nageleefd. Wanneer hij gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze regels zal hij de daartoe noodzakelijke actie(s) ondernemen. In het kader van deze norm wordt als een overtreding beschouwd:
    1. het nalaten personen op hun gedrag aan te spreken die zich schuldig maken aan een vorm van seksuele intimidatie;
    2. het nalaten andere begeleiders op hun gedrag aan te spreken wanneer deze in het bijzijn van de begeleider of nadat de begeleider het ter ore komt, niet of onvoldoende ingrijpen of hebben ingegrepen bij een incident m.b.t. seksuele intimidatie.
  3. In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.
  4. Het niet ingrijpen bij gedragingen of in situaties die, ondanks dat ze niet in deze gedragscode met name als verbod staan genoemd, toch de sociale veiligheid van de sportomgeving in termen van seksuele intimidatie of grensoverschrijdend gedrag bedreigen. In het kader van deze norm wordt als een overtreding beschouwd: het niet ingrijpen bij gedragingen of in situaties die, ondanks dat ze niet in deze gedragscode met name als verbod staan genoemd, toch de sociale veiligheid van de sportomgeving in termen van seksuele intimidatie of grensoverschrijdend gedrag bedreigen.

3. Van een begeleider wordt in het bijzonder verwacht dat hij professioneel handelt en dat hij zich bewust is van zijn voorbeeldfunctie, dat wil zeggen dat hij handelt overeenkomstig

de geldende standaard en opleiding, waarbij het er niet toe doet of de begeleider al dan niet een vergoeding voor zijn begeleiding ontvangt.

4. Met betrekking tot sporters onderling gelden tevens de volgende gedragsregels:

  1. De sporter draagt bij aan een omgeving en een sfeer waarbinnen andere sporters zich veilig voelen;
  2. De sporter bejegent andere sporters met respect en op een zodanige wijze dat niemand in zijn waardigheid wordt aantast;
  3. De sporter onthoudt zich van elke vorm van (machts)misbruik of seksuele intimidatie tegenover andere sporters;
  4. De sporter mag een andere sporter niet tegen de wil op een zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten;
  5. De sporter zal ook tijdens training(sstages), wedstrijden en reizen met respect omgaan met andere sporters;
  6. De sporter zal een andere sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling seksuele tegenprestaties te verlangen;
  7. In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de sporters in de geest hiervan te handelen.

Artikel 4 – De aangifte

Een aangifte is rechtsgeldig wanneer degene tegen wie de aangifte zich richt ten tijde van de overtreding onder de tuchtrechtspraak van de NTTB valt. Wanneer de aangeklaagde ten tijde van de behandeling van de aangifte geen lid meer is van de NTTB wordt de aangifte behandeld en geschiedt de behandeling van de zaak op grond van dit Tuchtreglement seksuele intimidatie, als viel de aangeklaagde nog immer onder de Tuchtrechtspraak van de NTTB, in welk geval aan degene die aangifte doet en degene tegen wie de aangifte zich richt alle rechten en verplichtingen op grond van dit Tuchtreglement toekomen.

Artikel 5 – Registratie straf seksuele intimidatie

  1. Behalve bij een berisping leidt een tuchtrechtelijke veroordeling tot registratie van de betrokkene, zijn persoonsgegevens en de gegevens van de tuchtzaak in het Registratiesysteem seksuele intimidatie van NOC*NSF conform het Protocol registratiesysteem in de sport van NOC*NSF. Die registratie is geen straf in de zin van dit artikel. Tegen de registratie kan geen beroep worden ingesteld.
  2. De in lid 1 bedoelde registratie vindt niet plaats wanneer de betrokkene de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, tenzij sprake is van een strafrechtelijke veroordeling in welk geval ook veroordeelden jonger dan 16 jaar worden opgenomen in het registratiesysteem.
  3. De Tuchtcommissie of de Commissie van Beroep zendt de uitspraak zo spoedig mogelijk aan de registratiekamer van NOC*NSF. Tevens stelt Tuchtcommissie of de Commissie van Beroep binnen vijf werkdagen nadat de tuchtrechtelijke uitspraak aan

de registratiekamer van NOC*NSF is gezonden de betrokkene en het Hoofdbestuur hiervan schriftelijk bij aangetekende brief op de hoogte.

  1. Wanneer ter zake van seksuele intimidatie door de strafrechter aan een lid een onvoorwaardelijke straf is opgelegd, is het lid gehouden de strafrechtelijke uitspraak aan het Hoofdbestuur ter hand te stellen. In dat geval maar ook wanneer het Hoofdbestuur uit anderen hoofde over een bedoelde uitspraak van de strafrechter beschikt, zendt het Hoofdbestuur die uitspraak per omgaand aan de Tuchtcommissie met het verzoek te beoordelen of de door de strafrechter opgelegde straf is opgelegd in het kader van seksuele intimidatie zoals bedoeld in artikel 2 lid 4.
  2. De Tuchtcommissie beslist zo spoedig mogelijk over het in lid 4 bedoelde verzoek, waarna de Tuchtcommissie de uitspraak als aangetekende brief toezendt aan de betrokkene en het Hoofdbestuur.
  3. De betrokkene en het Hoofdbestuur kunnen van deze uitspraak binnen vier weken na de datum van ontvangst van de uitspraak van de Tuchtcommissie in beroep gaan bij de Commissie van Beroep.
  4. De Commissie van Beroep behandelt het beroep binnen vier weken en doet zo spoedig mogelijk nadien schriftelijk uitspraak, welke als aangetekende brief wordt gezonden aan de betrokkene en het Hoofdbestuur.
  5. Wanneer de Tuchtcommissie of in beroep de Commissie van Beroep van oordeel is dat de door de strafrechter opgelegde straf betrekking heeft op seksuele intimidatie zoals bedoeld in artikel 2 lid 4, zendt de Tuchtcommissie of de Commissie van Beroep de onherroepelijke uitspraak per omgaand aan de registratiekamer van NOC*NSF.